Convenant woonplaatsbeginsel zorgt voor continuïteit jeugdzorg

woensdag 2 augustus 2017

De uitvoering van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet leidt in de praktijk tot veel administratieve problemen. Omdat deze wettelijk pas per 1 januari 2019 kunnen worden opgelost, hebben jeugdregio’s een convenant ontwikkeld om de grootste problemen per direct aan te pakken.

In het woonplaatsbeginsel is geregeld welke gemeente verantwoordelijk is voor de financiering en het bieden van de jeugdhulp. Informatie is echter lastig te achterhalen en er zijn vaak geschillen over waar de ouder met gezag over het kind woont. Staatssecretaris Van Rijn heeft al toegezegd dat het woonplaatsbeginsel wordt aangepast, maar deze wettelijke trajecten kosten tijd. Als tussentijdse oplossing hebben de jeugdregio’s een convenant ontwikkeld dat de belangrijkste problemen aanpakt.

Continuïteit van zorg

Het Convenant Woonplaatsbeginsel regelt dat de continuïteit van de zorg en de betaling aan de jeugdhulpaanbieder het winnen van de administratieve regels. Zo regelt het convenant dat de nieuwe gemeente bij een verhuizing de jeugdhulp voor minimaal een jaar betaalt, zonder verdere indicering. Als er onduidelijkheid is tussen twee gemeenten over het gezag, zorgen beiden gemeenten dat de jeugdhulp in ieder geval doorloopt en de zorgaanbieder wordt betaald.

Bindend als ondertekend

Het Convenant Woonplaatsbeginsel is alleen bindend voor gemeenten die het convenant ondertekenen. Het convenant en de aanpassing in de Jeugdwet liggen in elkaars verlengde. Als de wettelijke aanpassing ingaat, houdt de werking van het convenant op.

Meer informatie

Meer informatie over het convenant vind je op: www.vng.nl